is toegevoegd aan uw favorieten.

De idioot

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Vertel alles, zei Aglaja.

— Daar is niets zoodanigs, dat gij het niet zoudt kunnen aanhooren. Waarom ik verlangd heb juist u dit allemaal te vertellen, en u alleen — dat weet ik niet; misschien omdat ik wel inderdaad heel veel van u houd. Die ongelukkige vrouw is diep overtuigd, dat zij het laagst gezonkene en meest onteerde wezen op aarde is. O veracht haar niet, werp geen steenen op haar. Zij heeft zich maar al te zeer met het bewustzijn harer onverdiende schande gemarteld ! En, mijn God, wat is haar schuld ! O ze roept wel elk oogenblik in razernij uit, dat zij zich niet als schuldig erkent, dat zij het slachtoffer der menschen is, het slachtoffer van een woesteling en booswicht; maar wat zij ook mag zeggen, weet, dat zij zelf de eerste is om zichzelf niet te gelooven, en dat zij met heel haar geweten integendeel gelooft, dat zij.... zelf schuldig is. Toen ik trachtte die duisternis te verdrijven, werd haar lijden zóo ontzettend dat mijn hart nimmer weer rustig kloppen kan, zoolang ik dien vreeselijken tijd zal gedenken. Het was of mijn hart voor eens en voor al doorboord werd. Zij liep van mij weg, maar weet ge waarom? Juist enkel om mij te bewijzen, dat zij... een nietswaardige was. Maar het vreeselijkste was, dat zij misschien zich er ook zelf niet van bewust is, dat zij mij enkel dit bewijzen wilde en dat zij wegliep, omdat zij innerlijk begeerde in elk geval een gemeene daad te begaan, om zich daarna te kunnen zeggen: „Kijk, daar heb je weer iets gemeens gedaan, dus ben je een nietswaardig schepsel!" O misschien begrijpt ge dit niet, Aglaja! Weet gij, dat voor haar in dat onophoudelijk besef van schande misschien een verschrikkelijk, onnatuurlijk genot besloten was, alsof zij op iemand wraak nam? Soms bracht ik haar zoover, dat het was of ze weer wat licht rondom zich heen zag, maar dadelijk daarna was ze opnieuw van streek en kwam er toe om mij heftig te beschuldigen, dat ik mij hoog boven haar stelde (terwijl mij dat niet in de gedachten was opgekomen), en verklaarde mij tenslotte op mijn huwelijksvoorstel rond-