Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groeten? Ik zwaaide mijn kaproen, en ik zei toch: - Goeden morgen, jonker - zei ik. Want een jonker is en blijft: een jonker! Knoop dat in je ooren, jongeman!"

„Ik dank je voor je raad, Tinus!" zei Eiko.

Toen hij buiten was, voelde hij zijn drift weer opkomen. Hij zag in de verte Rinus en Thijs in de bosschen verdwijnen. „Hela, boer! Kort m'n beugels in!" Boer! Wat wist de jonker van een boer af! Wat wist hij van de moeiten van een boer, wanneer nachten achtereen gewaakt moest worden om een koe bij het kalven te helpen; van de zorgen van een boer, wanneer de muizen den ganschen oogst dreigden te verwoesten? ...

„Eiko!" riep een hoog stemmetje.

De jongen schrikte op.

„Boe, wat een boos gezicht!" lachte Barbertje, die van achter een boom te voorschijn was gesprongen.

Eiko tilde zijn zusje op en kuste haar. Hij zette haar weer neer en riep: „Wie het eerste thuis is?!"

Barbertje was al weggerend, en Eiko holde achter haar aan. Maar hij struikelde, - en men zou er een eed op doen, dat het

geen moedwil van hem was, want hij rolde languit over den grond!

Barbertje stoof de deel binnen, stak haar hoofdje om een hoek en schaterde: „Sliep uit! Sliep uit!"

Sluiten