Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Jij weet er méér van!" zei Wolter tot Eiko.

"Vanaf een hoogen tak begluurde hen een eekhoorntje, den dikken pluimstaart achter tegen het ruggetje aan. Wolter wierp zijn muts omhoog, met het gevolg dat het diertje van den tak sprong en, door de lucht zwevend, met verrassende zekerheid op een anderen tak terecht kwam. Maar die tak was dood en brak onder den onverwachten last. Het eekhoorntje buitelde hals over kop naar beneden; de jongens snelden al toe om het te vangen, toen het zich in zijn val nog prachtig op tijd aan 'n derden tak vastklemde. In een ommezien zat het alweer in den top van een eik.

„Jammer!" zei Wolter, wilde zijn muts oprapen, maar trok snel de hand terug. Een kleine, grijze adder, die blijkbaar nog even van het najaarszonnetje had geprofiteerd, kronkelde tusschen het gras en de dorre bladeren weg, vond in het dichte struikgewas 'n veilig heenkomen.

„Goed, dat je je hand bijtijds terugtrok!" meenden de anderen.

„Ik had 'm graag gehad. Ze zeggen, dat een adderhuid tegen ziekte behoedt."

„Ze zeggen ook wel, dat je er den duivel mee lokt," zei Eiko. „Omdat waarzegsters op de jaarmarkt ze vaak om den arm dragen. Maar wie 't niet gelooven wil, zal er niet om verbrand worden. Laatst wisten ze te vertellen, dat in Steenwij k de koeien 's nachts door den duivel werden weggehaald! De boeren legden een bijbel in den stal om Satan af te weren. Per slot van rekening bleken gewone gauwdieven aan 't werk te zijn geweest, die duivelshoornen hadden opgezet en zich een staart aangehangen!"

Bij een dikken eik verlieten de jongens het pad en baanden zich een weg door het kreupelhout. Ze hielden halt, schopten de aarde wat opzij en lichtten een paar zware planken op, die nu bloot kwamen te liggen. Een donker gat werd zichtbaar; 42

Sluiten