Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Springt overeind en staart in 't rond

Met een zeven ellen wijden mond.

,,'t Is vast een droom. Dit kan niet zijn!

Ik ben nog niet bij Mageren Hein,

Want ik val haast om van honger en dorst

En smacht naar 'n potteken bier met 'n worst."

En zie... den anderen morgen vroeg Lag hij weer dronken voor een kroeg. En hoe men schudde, hoe men riep, De slaap des ridders was te diep..."

„Zing eens wat van de liefde!" brulde een schaar krijgsknechten, die bij den minstreel waren verzeild en hun arm vrijmoedig om de schouders der meisjes legden. „Zing eens van oorlog! Maar vroolijk!"

Eiko dwaalde weer verder. De kramen waren nu door vetpotjes en walmende olielampjes verlicht. Zijn voeten begonnen traag te worden; nergens zag hij den man van de huifkar. Hij wilde zichzelf niet bekennen, dat hij ook zijn maag begon te voelen. b

Bij een waarzeggerstentje stond hij te overleggen wat hij moest doen als hij den man van de huifkar niet meer terugvond. Zou hij nu naar den schout gaan?

„Alhier te zien het monster, dat bij Haarlem een onnoozel wicht heeft opgegeten! Zeer leerzaam voor jong en oud' De dikste dame der wereld! 'n Zeemeermin, gevangen in de Turkzee ! Toekomst, dood en leven, alles wordt hier voorspeld "

Dit alles dreunde door Eiko's hoofd, dat suf en moe werd door het ongewone om hem heen. Plotseling ging hij op de teenen staan en trachtte tusschen de menschen door te gluren Door den weeïg zoeten rook van een poffertjestent herkende hij - geen vijf pas van zich z£-Bouke, in druk gesprek met een paar poorters!

Het hart klopte Eiko in de keel. Hij baande zich een weg naar den marskramer en greep hem bij den arm.

63

Sluiten