Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Jij hier, Eiko??" vroeg Bouke.

„Ja! Ik heb je dadelijk iets te vertellen."

„Goed, ik ga met je mee."

Bouke groette de poorters. „Pas op, dat we mekaar in het gedrang niet uit het oog verliezen. We zullen naar mijn huis gaan: hier kunnen we toch niet rustig praten."

Ze werkten zich stompend met de ellebogen uit de woelende menigte en bereikten te zamen Bouke's huis, dat vlak achter de markt lag. „Wees welkom!" zei de marskramer, terwijl hij de klink van z'n deur omdraaide.

Eiko trad een klein, gezellig vertrek binnen. Een vrouw met een prettigen glimlach om de lippen keek verrast op. „Geertje," zei Bouke, „dit is Eiko van den Reigerhof. Hij heeft me wat te vertellen, maar kan niet spreken zoolang geen ferme schotel bruine boonen zijn keel heeft gesmeerd."

„We zullen 'm gauw z'n spraak teruggeven!" lachte Bouke's vrouw.

Eiko lachte wat verlegen terug en begon, terwijl Geertje het eten opdroeg, dadelijk te vertellen welke ernstige aangelegenheid hem naar Koevorden had gevoerd...

Sluiten