Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vond, nam hem het zwaard af en trachtte van 'n onbewaakten doorgang gebruik te maken om den jonker en Bouke nog te bereiken. Eiko trad hem daarbij op het juiste oogenblik in den weg, dreef het paard tegen hem op, - heteenige wat hij doen kon, daar hem daareven, bij 'n al te onbesuisd uithalen, het zwaard uit de vingers was geschoten. Marco, terzijde springend, zag de betrekkelijke weerloosheid van zijn bereden tegenstander, sprong aanvallend toe. In 'n snel bewust worden van het gevaar, dat hem dreigde, hief Eiko kinderhjk-hulpeloos de handen op, voelde meteen 'n dreunenden slag op zijn helm, en alles duizelde hem; hij zag niet meer, dat ridder Otto op dat oogenblik te hulp snelde en Marco het wapen uit de hand sloeg.

Thans heschen Bouke en Rinus zich in den zadel; Wolter waarschuwde met den tevoren afgesproken kreet; alle ruiters keerden om en galoppeerden in gesloten troep heen.

Maar één paard draafde zonder ruiter mee.

In de haast had niemand gemerkt, dat Eiko, bewusteloos, van zijn paard in de sneeuw was gegleden...

In het bosch, reeds 'n eindweegs Leliënbrucht, riep Bouke pas verschrikt uit: „Waar is Eiko?!"

Men zag het achternakomende, onbereden paard en hield bezorgd de teugels in.

In de verte duidde zwaar gestamp van hoeven aan, dat ze door een sterken ruitertroep werden achtervolgd.

„Met Gods hulp verder!" riep ridder Otto. „We kunnen hem nu niet redden! Maar we zullen het beleg voor Doornwoud slaan en hem bevrijden. Dit is 'n eed, mannen!"

„Leve Leliënburcht!" riepen de anderen en gaven den paarden weer de sporen.

Een kwartier later klepperden de hoeven over de ophaalbrug, die knarsend achter de ruiters werd opgehaald.

De heldere maan baadde in haar vreedzaam, zilverig licht den stillen omtrek.

131

Sluiten