is toegevoegd aan uw favorieten.

Eiko van den Reigerhof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WUBBE ZET DE VERMAGERINGSKUUR ONVRIJWILLIG VOORT

NKELE uren na middernacht draafden twintig gewapende ruiters de poort van Doornwoud binnen, sprongen op den binnenhof van hun paarden. De jacht- en stalmeester van

Doornwoud werd bij ridder Egbert toegelaten in een der groote, leege vertrekken.

„Wat breng je voor slechte tijding, ezel?!"

De ondergeschikte boog het hoofd. „We hebben ze niet meer kunnen achterhalen, heer."

„Omdat jullie geen van allen kunt rijden en de snelheid van je eigen paarden niet kent! Was ik maar meegegaan, maar ze haalden me uit m'n diepsten slaap. Roep Marco hier, en denk er intusschen over na, of jullie 'n geeseling verdiend hebt, ik hoor den uitslag nog wel."

De jachtmeester aarzelde. „Marco is gewond, heer..."

„Dat is zijn zaak en niet de mijne."

„Goed, heer."

Even later kwam Marco zeer bleek het vertrek binnen; zijn arm hing in een bebloeden doek.

„Vertel me alles. Wat is er precies gebeurd. Als ik je op 'n leugen betrap, zul je merken, wien je je als heer hebt uitgekozen. - Ik luister." 132