Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huisje, zwegen langen tijd. Zij waren beiden jong, beiden slank van gestalte; op hun licht gebruinde gelaten glom de gloed van de zon. «— Wat nul, zei de een.

De ander haalde zijn schouders op en antwoordde in zijn harde, scherpe taal:

— Wij zijn hier, wij blijven hier. Teruggaan naar het dal, dat kunnen wij hedenavond niet meer. Wij hebben een klim van vier uren achter den rug om dit gehucht te bereiken.... Een tweede maal ? Neenl, nooit weer.

.— Waar wil je overnachten? Een herberg is hier niet, wierp de ander tegen. Hij greep naar de ledige kruik en reikte dien aan Umberto, die nu, verlegen schuifelend met zijn voeten, voor hem stond.

-— Verdomd klimaat, vloekte hij. Hij snoof. Je ruikt zelfs hier nog de rozen!

<— Ik word er misselijk van, gruwde de ander. Je hebt me hierheen gesleept Mike, door die krankzinnige geschiedenis en ik ben je er waarlijk niet dankbaar voor.

De ander zweeg, keek peinzend voor zich uit.

— Als het waar is Jim, mompelde hij, als het werkelijk waar mocht zijn, dan worden wij schatrijk!

— Ja, . . . .als!, grinnikte Jim. Daarna keek hij op. Naast hem stond de oude man. Zij hoorden hoe hij begon te spreken in een taal die zij niet verstonden :

Sluiten