Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oude man verdraaide zijn oogen en even schetste zijn dikke hand luchtig een slanke lijn in de lucht; toen keken zijn oogen plotseling treurig en hij zei peinzend:

— Zij was heel mooi; zij was te mooi voor

mij, de arme Pietro. Mario was rijk, een prachtige, groote herberg zou eens van hem zijn.

De oude man zweeg.

— Haar schoonheid is heen, troostte Jim. Zij is dik en rond als een gemest varken. Zij schommelt door

het huis als een vette gans en haar stemh

scherp en schel, scheldend als die van een wijf op de rozenvelden.

Pietro glimlachte en zei droevig: — Ja zij was

zeer schoon, en weer schetste zijn hand een nu vage lijn. — Ik zou het niet hebben gezien dat zij dik werd, het niet hebben gehoord dat haar zachte stem verschrilde.

Hij zweeg, staarde droevig voor zich uit en greep dan, werktuigelijk, naar den vollen beker die voor hem op den grond stond.

Mike vervolgde: — Mario verzocht ons je te zeggen dat het hun allen goed gaat en hij zei ons: ~- Signori, vraagt Pietro, den ouden man, of hij nog eens wil afdalen in het dal. Zegt hem dat ik ook andere wijn in mijn koele kelders heb dan die, welke ik mijn gasten schenk en zegt hem dat het voor ons, oude mannen, goed is nog eens samen te spreken over de vroegere, over de jonge jaren. — Dat verzocht hij u, Mario, mijn oude vriend? zei Pietro aangedaan.

Sluiten