is toegevoegd aan uw favorieten.

De faun

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een jonge man was hij, wiens jeugd onvatbaar was voor den ouderdom. Een merkwaardige hoofdvorm had hij: driehoekig.... de schedel liep uit in een hooge, zachte ronding en aan beide zijden, boven de ooren, bolden twee kleine knobbels. Hierin, en door zijn eenen hoef aan het linkerbeen, —neen, aan het rechterbeen —, geleek hij nog den steenbok, dien hij vroeger was geweest. Ja, de bewoners van Psilorita spraken véél over den Faun. En Pietro zag, dat zij gelijk hadden. Pietro zag, dat hoewel niemand van hen allen den Faun had gezien, zij allen wisten hoe zijn gedaante was. En toen hij de hooge, puntige schedel zag, de kleine, bollende knobbels boven de ooren, toen gleed zijn blik schichtig naar beneden, langs de slanke, donkere gestalte, naar den grond.

En daar was óók de hoef I, de hoef die bewees dat de jeugdige Faun, vele eeuwen geleden, een steenbok was geweest.

En ondanks de vervoeringen die Pietro's hart deed trillen van vreugde, bemerkte hij dat nóch zijn grootvader, de oudste, de wijste man in Psilorita gelijk had gehad, nóch de anderen geheel de waarheid wisten.

Eén hoef eindigde aan het rechterbeen, zooals zijn grootvader dacht, maar ook, zooals alle anderen in het gehucht heftig verdedigden, aan het linkerbeen.

Toch schrok Pietro. Want deze hoeven. . . . deze hoeven. ... Ja! deze vormden toch het tastbare