Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Faun had gezien?.... dat was géén droom geweest! Neen, dat had hij niet gedroomd! Hij was haastig naar huis gegaan; hij had gerènd, den heelen, langen weg en hij had zonder moeite de richting gevonden, terug naar Psilorita. Maar vréémd was het. . . . naderhand, hoe vaak hij ook had geprobeerd den open plek met de enkele olijfboomen terug te vinden, het was hem nooit gelukt. En ofschoon het reeds dertien maanden geleden was dat hij den Faun had gezien, dit was de éérste en ook de laatste maal geweest. Pietro wist dat het zijn liefste wensch was den Faun nog eens te zien en diens fluit van zoo nabij te hooren en, omdat hij bang was dat Umberto, zijn vader, hem zou verbieden de macchia-velden in te gaan, had hij gezwegen. . . .

Veel later, toen hij hoorde hoe een ongeloovige schamper schold op den Faun en diens bestaan betwijfelde, toen was hij woedend uitgevallen en had geroepen:

— Maar ik, Pietro, ik heb den Faun gezien!. . . . Gezien en gehoord!....

Ja, toen was het voorbij met de heimelijke zwerftochten in de macchia-velden; toen had zijn vader hem verboden deze te betreden. Pietro was een gehoorzame jongen. Nadien had hij het niet meer gewaagd. Hij zat nu vaak des avonds aan den rand van het pad en staarde naar de plaats waar hij, érgens, den Faun had gezien.

Sluiten