Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oude man greep hem heftig bij den schouder. —• Heb jij je zoon, Pietro, den jongen, alléén in de macchia-velden laten gaanl Umberto! schaam je! ■— Hij haat de vreemdelingen, zooals ik, verdedigde zich Umberto.... Hij heeft den Faun gezien!

■— Kinderpraat!

— Hij heeft den Faun gezien! Ik geloof hem. En ik zélf, heb hem gezegd den Faun te zoeken en te waarschuwen.

—■ Umberto!

— De Faun is goed geweest voor mijn zoon. De vreemdelingen willen hem vangen!.... Hoe zou het zijn wanneer zijn fluit niet meer, in den tijd dat de rozen het sterkste geuren, tot ons klinkt?

— Ja... . maar, Umberto.... De oude man zweeg, streek zich over de oogen. Hij keek een oogenblik naar boven, in den nacht en zei dan, met ernstige stem:

— Wat moet ik doen? Wil je dat ik probeer de vreemdelingen hier te houden?

Umberto knikte.

— Kom!... . Laten wij gaan, besloot de oude man. Voor het huisje van Umberto stond Mike op van de bank.

—1 Waar blijft die kerel met ons eten!

■— Ga binnen eens kijken, opperde Jim.

Mike schopte tegen de huisdeur; hij stapte naar

binnen, struikelde in de duisternis en vloekte.

— Hola,Mike!, riep Jim. . . . Daar komt hij aan,

Faun 4

Sluiten