Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij zweeg en luisterde.

— Neen, ik geloof den jongen niet Padre 1. . . . En tóck hoor ik vanavond niet de stem van den wind, noch die van de boomen, noch van iets anders.... Het is stil rondom mij.... Het is doodstil rondom mij.

De vreemdelingen zijn hedenmorgen vertrokken om den Faun te vangen 1. . . . Ik heb hen vervloekt, mio Padre. . . . De priester keek hem aan en dorst niets te zeggen.

— De Mad onna, gezegend zij Haar Naam, is mij niet genadig. ... Ik wéét Padre, de vreemdelingen zullen overwinnen. . . . Zij hebben reeds overwonnen ....

Het is stil om mij heen.... Het is de stilte van den dood. . . . De Faun,. ... de Faun mio Padre, is niet meer heerscher in zijn domein. . . . Zijn gebied is niet onbetreden meer, zooals het was, zoolang ik mij heug. Pietro zweeg. Zijn teenen speelden onbewust met een twijgje. Hij hief zijn hoofd op en zei, zijn stem was nu weer als altijd, zijn oogen keken den priester aan en zagen hem: ■—■ Wij hebben een veel bewogen dag achter ons, wij zijn te moe om te spreken. . . . Laten wij gaan slapen.

— Goeden nacht, mio Padre. . . . De Madonna behoede u.

Beide mannen stonden op; de priester teekende een kruis door de lucht over den gebogen, ouden man en antwoordde:

■—1 Goeden nacht, mio figlio.... Slaap wél.

Sluiten