Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij liep. Op de huizen aan weerszijden van de straat lette hij niet; toch woonden daar vele oude bekenden van hem.

Met regelmatige passen liep hij voort, zijn ooren suisden. ... ■— Wat had hij van Campazzi gehoord!?.... De vreemdelingen waren terug gekeerd! ?

In zijn gedachten herhaalde hij dit tientallen malen. Plotseling stond hij stil.

Iemand, een vroolijk lachende man, riep zijn naam: .— Pietro!.... Heila, Pietro 1. . . . Draai je om 1.. Mensch, kijk dan tochl. . . . Pietro, ben je dóóf geworden!

Pietro hoorde niets. Hij stond zoo onverwacht stil omdat hij bemerkte dat hij niet verder dacht dan de woorden die Campazzi hem had gezegd. ... —■ De vreemdelingen waren terug gekeerd!. . . . Wanneer; wannéér!....

Hij hervatte zijn wandeling. Uit het raam schreeuwde de man hem na:

■—■ Pietro!. . . . Maar de oude man liep door. .—■ Wanneer! zei hij hardop. . . . Wanneer. En, hebben zij den Faun gezien 1. . . . Hebben zij hem gevangen1

Hij versnelde zijn pas. —1 Mario wist het, dacht hij. Mario 1. . . . Zij woonden in zijn huis, de vreemdelingen. . . . En de Faun?. ... de Faunl Een groote, onverklaarbare angst overviel hem.... — De Faunl.... Het was toch niet mogelijk. . . . Maar hoe was alles, sinds de komst van de vreem-

Sluiten