Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beeld knielden allen neer en baden met hem.

Het was laat in den avond.

Op de bank voor het huisje van Umberto zaten Pietro, diens zoon Umberto en de priester. Het was een heldere, warme avond. De maan bolde vol aan den hemel en haar licht overvloeide het gehucht.

Lange schaduwen gleden van de boomen over de ruimte voor het huisje tot aan de bank waarop de drie mannen zaten.

De avond verkoelde nauwelijks de hitte van den dag en de zacht suizelende wind treuzelde traag rond de hoogste boomentoppen. Soms streek een zacht zuchtje als een vleugje frischheid over de struiken, zakte uit de boomen naar beneden en beroerde de drie mannen. Pietro schonk zijn beker nog eens vol uit de koele kruik en reikte deze door naar den priester. Dan dronk hij zelf, langzaam, met lange teugen. Hij smakte met de lippen en steunde zijn handen op de knieën. De laatste droppels uit den beker vloeiden op den grond.

Hij staarde naar de donkerte der boomen. Dan keek hij naar boven, naar de toppen en vandaar naar de lichte lucht. Zijn haar lag slordig, geplakt, over zijn voorhoofd. Zijn handen steunden zwaar op zijn knieën; de teenen van zijn bloote voeten speelden lui met een steentje. Hij keek rond langs de lucht; zijn oogen glansden.

Sluiten