Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook in Israël geteekend. De Jood droeg de Wet Gods in zijn vleesch, immers in de besnijdenis — gelijk thans de Gemeente Gods in den Heiligen Doop.

In het Sacrament grijpt de Wet het volk zelf aan en stempelt het tot het volk Gods, zet er Gods zegel op. Het Verbondsvolk is in het sacrament aan het Verbond geëigend, en daarmee aan de Wet Gods. Dat sacrament is een stuk van de Wet Gods; het is de Wet Gods zelf, in het vleesch gegrift.

Zeker. Maar om dat vleesch te merken, dat het naar de Wet Gods moet worden gekeurd; dat het aan de Wet Gods moet beantwoorden; dat het geen andere gerechtigheid zal hebben dan die der Wet Gods in alle stukken gelijkvormig is.

Voor het geloof, dat onder den vloek der Wet leert buigen en zoo het Verbond der genade vindt in den Middelaar, in den Beloofde, in het Lam Gods, in den Christus, dien het Evangelie ontsluit; voor het geloof, dat zoo de gerechtigheid, die de Wet door het sacrament invordert, in den Christus en in de besnijdenis van Christus vindt, in de Wetsvervulling van Christus, in zijn dood en begrafenis en opstanding (Kol. 2:11 en 12); voor het geloof, dat met Abraham het Zaad Gods aanvaardt, om in den Heere te bestaan; voor dat geloof wordt en is het sacrament teeken en zegel der gerechtigheid (Rom. 4:11).

Daarvan handelt de apostel hier echter niet. Daar wil het Woord Gods heenleiden, maar door de diepte, waarin de Christus door het geloof gekend wordt.

Hier keert zich het tweesnijdend scherpe zwaard tegen een iegelijk, die met een beroep op het sacrament zich van den eisch en het oordeel der Wet Gods wil afmaken; tegen ieder, die zich van het oordeel Gods wil vrijspreken met een beroep op het sacrament, — inplaats van krachtens het sacrament juist onder de Wet Gods en haar oordeel te buigen. Vervloekt zij het vleesch, dat op het sacrament roemt!

W ant de besnijdenis is wel nut, indien gij de Wet doet; maar indien gij een overtreder der Wet zijt, zoo is uw besnijdenis voorhuid geworden.

De besnijdenis brengt onder de Wet, opdat daar de voorhuid openbaar zou worden; opdat de noodzakelijkheid der waarachtige besnijdenis, de besnijdenis des harten, zou worden ontdekt. (Deut. 10 : 16; 30:6; Jer. 4:4): en opdat het recht der Wet in ons vervuld worde.

Daarom vloekt elke overtreding, elke zonde, tegen het sacrament.

Is dat sacrament toch de Wet van God in ons vleesch gezet, het merkt dan juist dat vleesch door onze overtreding in zijn ongelijkRomeinen 5

Sluiten