Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen, tegen alle menschelijk leven en drijven en doen, dat naar Hem niet vraagt en dat het schepsel eert en dient boven den Schepper, die te prijzen is in der eeuwigheid. Wat heil zou er dan dagen, waar God niet wordt gekend en geëerd, niet in gedachtenis gehouden wordt? Neen, maar vergelding Gods in verdrukking en benauwdheid, zijn wrake over allen, die Hem niet eeren en vreezen. Zijn Woorden op aarde, waarnaar door vorsten en volken, door heel het menschdom in al zijn plannen en wegen en werken niet gehoord wordt, zullen vlammen worden, die heel de wereld in brand steken, en die uit heel den opzet der menschen en der menschheid, der leiders en der volgelingen, allen verdoemelijk voor God, bij het stoppen van hun mond, de waarachtigheid Gods zullen doen blinken, zijn overwinning zullen doen juichen over de puinhoopen der menschelijke vermetelheid.

Daarom roept de stem van God heel het menschdom, allen volken, allen koningen en overheden, die de banden en touwen van den Heere en zijn Gezalfde verscheuren, toe: „Ik toch heb mijn Koning gezalfd over Sion; Ik zal de volkeren geven tot zijn erfdeel en de einden der aarde tot zijn bezitting; Hij zal ze verpletteren met een ijzeren scepter..., nu dan, handelt verstandig, gij koningen en richters; kust den Zoon, opdat Hij niet toorne en gij vergaat op den weg! Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen!"

Voor God recht te staan, rechtvaardig voor Hem, — dat is de voorwaarde tot behoudenis; de gerechtigheid voor God en die alleen is de erfgenaam des levens. Daarom is het eeuwige leven de erfenis der rechtvaardigen. Maar daarom ook is het Evangelie van Jezus Christus de kracht Gods tot behoudenis; want de rechtvaardigheid Gods wordt daarin geopenbaard (Rom. 1 : 17). Wie voor God recht wil staan, en in het gericht Gods de kroon ontvangen zal, die moet op de stem des Evangelies buigen en zich met lichaam en ziel, dat is met heel zijn leven en positie, in heel zijn levenstaak en levensroeping, voor den Christus buigen, zich aan Hem kwijtraken, — dat is gelooven.

Daarom gaat met het Evangelie, en alleen met het Evangelie, het woord der redding over heel het menschelijk leven uit; behoudenis en weldadigheid Gods op het pad der menschheid, waar het Evangelie zijn getrouwen vindt; waar het Evangelie ook over het uitwendige leven de eere en het recht van den Christus uitroept en het menschelijk leven verlicht. Alleen de prediking van het Evangelie het onderwijs naar het Evangelie, de wetenschap naar het Evangelie, regeering en wetgeving en levensleiding in de gehoorzaamheid des Evangelies, doen den verdrukker voor den Christus vallen. Het Evangelie redt alleen de nooddruftigen, heft de volken op: zegent de menschheid

Sluiten