Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met den Christus, in levende en bewuste betrekking getreden. Zijzelf staan nu tegen de zonde en den dood en hun heerschappij over. Zijzelf staan bewust in de gemeenschap des levens van Jezus Christus.

Dit weten zij van des Heeren wege, en dit weten zij ook wat het leven hunner ziel aangaat.

Want zij zijn gedoopt.

De doop is het uiterlijke teeken en onderpand, waarborg en zegel van den ondergang in zonde en dood, maar ook van den ondergang van zonde en dood, en van de herrijzing in nieuw waarachtig leven. Met dien doop werd Jezus Christus gedoopt tot den ondergang onder zonde en dood, maar ook tot den ondergang van zonde en dood, en tot herrijzing in het onverderfelijke leven, tot de heerschappij van het waarachtige leven. En de geloovigen zijn gedoopt in Jezus Christus in zijn doop en in zijn dood, tot den ondergang van de zonde en den dood in hen door de gemeenschap met Jezus Christus, en tot hun herrijzing in een nieuw leven.

De apostel vervolgt hier de leering van het geheim des Evangelies met betrekking tot het leven der geloovigen: Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gel ij kmaking zijns doods, zoo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking zijner opstanding; dit wetende, dat onze oude mensch met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde teniet gemaakt worde, opdat wij niet meer de zonde dienen. Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde.

De geloovigen zijn één plant geworden met Jezus Christus; dat is: zij zijn met Hem samengegroeid.

Het beeld der enting kan hier dienst doen tot verklaring van het apostolisch woord en bedoelen, maar de enting is toch niet de verklaring zelf. De apostel spreekt hier in elk geval niet van het feit der enting, maar van het feit, dat dan het gevolg der enting is, van de samengroeüng tot een eenheid in één leven. Deze samengroeiïng kan in de natuur ook op andere wijze plaats hebben dan door enting. En deze samengroeiïng, dit samengegroeid zijn, deze eenheid van leven, wordt ook in de gewone levende plant gezien tusschen de takken en den stam. Wij hebben hier in het apostolisch woord te doen met dezelfde eenheid van leven, waarvan de Heere Jezus spreekt als Hij zegt: „Ik ben de wijnstok, en gij de ranken." Daarom lezen wij hier juister „indien wij met Hem samengegroeid zijn", dan „indien wij met Hem één plant geworden zijn."

Toch is de plant hier het beeld.

Eén leven is het in de plant, één leven in wortel en stam, in stam en

Sluiten