Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O waarom, waarom bedroeven we dan zoo en zooveel den Heiligen Geest Gods, door het onvereenigd zijn van het leven onzer ziel met zijn diepe maar voor ons toch niet verborgen onuitsprekelijke zuchtingen!

Hoe moest van die zuchtingen ons eigen zuchtend verlangend hopend biddend leven meer vol zijn!

Wat zouden we dan meer zalig rusten in dit onnaspeurlijk biddend werk des Geestes in ons en voor ons!

De Geest zelf bidt voor de heiligen naar God. Hij bidt als de Geest Gods in de eenheid met God, en daarom ook geheel op God gericht, naar Gods wil en tot zijn eer.

Hier is het goddelijk bidden des Heiligen Geestes, de volheid der heiligheid des gebeds in deze wereld uit de diepten des levens der kinderen Gods en uit de diepten der Creatuur opkomend!

En Hij, die de harten doorzoekt, weet, welke de meening des Geestes is.

Zoo wordt het verlossende vrijmakende biddende werk Gods in den hemel gekend; zoo wordt het gekend in het goddelijk Wezen! De Geest bidt naar God, en God weet de meening des Geestes. God doorzoekt de harten, en Hij doorzoekt heel de Creatuur, en Hij vindt de zuchtingen des Geestes, en Hij weet, Hij doorgrondt en Hij heeft lief de meening, de zin en bedoeling van het bidden des Geestes.

Zoo staat en bestaat de wereld, en zoo leeft het volk des Heeren.

De Heere is in zijn heiligen tempel, niet alleen in den hemel maar ook op de aarde.

Hoe dan ook in diepe weeënnood de zuchtingen uit het worstelend leven naar God zich losscheuren, — Gods tempel in de Creatuur in het volk van God bezwijkt niet!

Van boven juicht uit God en den Christus de toezegging: „Zie Ik kom, Ik kom haastelijk!"

LIJDENSSTRIJD TOT HEERLIJKHEID.

En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, [namelijk] dengenen, die naar zijn voornemen geroepen zijn. Want die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren verordineerd, den beelde zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de eerstgeborene

Sluiten