Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderscheidend door; want immer was er een roepen des Heeren ook uit Israël van de vaten der barmhartigheid, die Hij tevoren bereid heeft tot heerlijkheid.

Het Israël naar het vleesch was van nature niet van de volken der wereld onderscheiden; maar het heilige zaad was in dit volk naar Gods vrije genade, naar Zijn Verkiezing, naar Zijn souverein welbehagen. Daarom stond Israël als volk in zijn geslachten in het verbond des Heeren; daarom stond dit volk in zijn geslachten in den dienst des Heeren; daarom droeg het de openbaring des Heeren en was het geroepen tot de gemeenschap van Zijn heiligdom. Ook zoo ging echter in dit volk de vrije genade des Heeren door, om de vaten der barmhartigheid uit dit Israël te roepen door Zijn Woord en Geest als uit een volk, dat toch van nature Gods volk niet was. En ook zoo wijzigde zich daarom ook in verband hiermee de vorm van dit Israël, voor zooveel het in zijn geslachten tot de gemeenschap van het verbond, de openbaring, het heiligdom en den dienst des Heeren begenadigd was.

Zienderoogen wordt zoo het Israël in het Tienstammenrijk, dat na Salomo onder Jerobeam opkwam, bij toeneming van de gemeenschap aan het heiligdom des Heeren te Jeruzalem vervreemd. De Heere doet in dit Israël der tien stammen om Zijn vrije genade en daarom om Zijn verbond, dat nog doorgaat, nog werken den dienst Zijner heilige profeten, wier getuigenis sinds Hosea ons ook in de Schrift bewaard bleef. De Heere heeft er zoo nog velen in dit Israël naar Zijn vrije genade in den wortel van Zijn volk gebonden gehouden, en ze zoo ook in Juda getrokken. Hij heeft ook zoo nog in die tien stammen Zijn verbond staande gehouden, en zelfs onder Achab zijn zevenduizend gekend, die de knie voor Baal niet bogen noch zijn beeld kusten. Maar in massa sterven deze tien stammen toch van de gemeenschap des heiligdoms en zelfs van de altaren des Heeren op hun landsbodem af. En als ze eindelijk naar Assyrië worden weggevoerd, worden ze in Israël niet meer gerekend en komen de Samaritanen in hun vroegere stamgebied op.

Zoo gaat de genade des Heeren ook in Juda onderscheidend door. Neen, uit Juda wijkt het verbond des Heeren nimmer, omdat hier het heilige zaad uit Davids huis moet opkomen, en omdat hier de vrije genade Gods naar Zijn Verkiezing de vaten der barmhartigheid, tevoren bereid tot heerlijkheid, uit het vleeschelijk zaad Israëls roept. Maar ook hier wijzigt zich toch de vorm en de omvang der gemeenschap van de erfgenamen der heilige erve, van het volk, dat de openbaring des Heeren draagt en Hem dient in Zijn heiligdom. De Verkiezing des Heeren gaat zoo met Zijn genade niet slechts persoon-

Sluiten