Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit heeft de apostel in het licht gesteld als in overeenstemming met het Woord Gods van ouds.

Nog blijft de apostolische blik op het ontzaglijke feit van den overgang van Gods Gemeente uit Oud-Israël in de wereld der volken, die Heidenen waren, gevestigd. Gods vrije ontferming is van dit feit het diepe geheim, dat in het ondoorgrondelijke licht van het eeuwige Wezen Gods, in Zijn aanbiddelijk goddelijk welbehagen zijn diepsten grond heeft. Maar dit feit heeft ook zijn gestalte en zijn oorzaak in het leven en de historie der menschheid zelf, bepaald ook in OudIsraël.

De Heidenen — of gelijk de apostel schreef, zonder lidwoord, Heidenen, — die de rechtvaardigheid niet zochten, die geen rechtvaardigheid zochten, hebben rechtvaardigheid verkregen en staan nu in de gerechtigheid Gods. Doch deze rechtvaardigheid, deze gerechtigheid, is gerechtigheid des geloofs, geloofsgerechtigheid.

Maar Israël zocht een wet der rechtvaardigheid, Israël wilde rechtvaardig voor God zijn, in de gerechtigheid Gods staan, doch het is tot zulk een wet van gerechtigheid niet gekomen, het staat niet in de gerechtigheid Gods.

Wat is hiervan de middellijke oorzaak?

Die oorzaak wijst de apostel voor Israël aan in het verkeerde zoeken van Israël, een zoeken in strijd met den wil en de roeping des Heeren.

De geslachten van Israël, die nu uit het verbond des Heeren uitvielen, zochten niet het staan in de gerechtigheid Gods uit het geloof, maar als uit werken der wet, — alsof uit werken der wet die gerechtigheid te verkrijgen ware!

Hierin hebben zij zich gestooten aan den steen des aanstoots.

De Heere heeft hun dien steen niet verborgen maar juist ontdekt door Zijn heilig Woord, dat de profeten gesproken hebben, en dat in de Schrift aan Israël is toebetrouwd. Hij heeft hun dien steen ontdekt als een steen in Sion gelegd, waaraan Israël zich kon stooten tot zijn eigen ondergang; maar waarin het ook vastigheid en behoudenis zou vinden, door zich toe te vertrouwen aan den Heere, door zich aan dien rotssteen in Sion vast te klemmen in het geloof.

De apostel wijst hier op wat de Heere door den profeet Jesaja tot Israël in Juda sprak bij het opkomen en doorbreken der Assyrische wereldmacht, waarmee de verwoesting over Israël als volk des Heeren in Zijn heilig verbond en in den dienst Zijns heiligdoms begon te komen.

Toen heeft de Heere door Zijn profeet Zichzelf aan Zijn volk doen aanwijzen als een steen, een rots in Sion. Het zou er nu op-aan-

Sluiten