Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eet die oordeele, veroordeele, hem niet, die eet. Dit verachten en veroordeelen is zondig, u,anr God heeft hem, dien verachte of veroordeelde, aangenomen door het geloof in Christus.

De geloovigen hebben geen heerschappij over elkander. Zij zijn allen alleen eigendom des Heeren, en zijn alleen Hem dienstbaartegenover elkaar zijn zij vrij. Slechts mogen zij de eenheid des geloofs m hun gemeenschap vorderen en daarin het goede voor elkaar zoeken Zoo gaat het Woord Gods dan ook tegen overheersching of verachting van geloovigen over en weer bestraffend in: Wie rijt qii die eens anders huisknecht oordeelt? hij staat of valt zijn eigen heer. Doch hij zal vastgesteld worden, want God is machtig hem vast te stellen.

De Heere Zelf zal wie Hem oprecht vreest, handhaven, staande houden, en sterken.

Niet anders is het tusschen sterken en zwakken in de onderhoudinq der bizondere dagen, die voor Oud-Israël heilig waren, boven andere dagen^De een acht wel den éénen dag boven den anderen dag, maar de ander acht al de dagen gelijk. De apostolische dienst heeft ook hier het waarachtige licht Gods doen doorbreken; en er is onder de geloovigen onderscheiding in vrijer of meer gebonden stand naarmate dit licht klaarder voor hen schijnt en dieper in hen doorwerkt. Zoo zijn hier ook sterkeren en zwakkeren. Het komt er echter vooral ook hier op aan dat deze stand der geloovigen een oprechte stand is voor God, en dat zij, hierin alle willekeur schuwende, den Heere vreezen in overeenstemming met het licht Gods, dat in hun ziele doordrong t.en iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd. Wie den dag waarneemt, den eenen dag boven den anderen onderscheidt die neemt hem waar den Heere; hij doet dit om des Heeren wil, wijl hij den wil des Heeren niet dieper inziet. En wie den dag niet waarneemt, die neemt hem niet waar den Heere; die handelt zoo, wijl hij oordeelt m de vreeze Gods zoo te moeten handelen. Zóó staat het ook met het eten of niet eten van vleesch. Wie eet, die eet zulks den Heere; die^doet dit om den wil en de eer des Heeren hierin, want hij dankt God met goede consciëntie voor Zijn goede gave en voor de vrijheid om die gave te mogen genieten; en wie niet eet, die eet zulks

eThïrirV'a a °m G°dS Wil' 9eli* hi> dien wil verstaat;

en hy dankt God, dat hij God hierin mag eeren.

Wij geloovigen, zijn het eigendom des Heeren. Het komt er daarom dL3311' u °,ns'even is' ons Iev*n en ons sterven. We moeten

daarom bij Gods licht met goede consciëntie voor God leven als die voor den rechterstoel van Christus Gode rekenschap zullen geven. En we moeten elkaar hierin wel in liefde zoeken te verlichten maar ook elkaar dragen en waardeeren, en ons nimmer tegenover elkaar op

Sluiten