is toegevoegd aan uw favorieten.

Paulus als geestelijk hervormer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schapen en het heelal zóó ingericht, dat ten aanzien van sommige punten een „geestelijk aanschouwen" tot een beperkte mate van weten aangaande God leiden kan.

Dat was heel iets anders dan de „theologie" der populaire wijsbegeerte. Het was een lijn, die reeds de Joodsche propaganda had getrokken. Het is mogelijk, dat Paulus hier niet verder heeft doorgedacht, want hij laat het onderwerp verder liggen. Waarschijnlijk had de Joodsche propaganda nog niet doorzien, dat men met zulk een beroep op godskennis uit de „schepping" tenslotte bij heel iets anders uitkomt dan bij het beroep op godskennis uit een z.g. „natuur"! Men komt dan nooit uit bij hetzelfde godsbegrip. De scheppingsgedachte wijst n.1. terug op een wilsbesluit, de natuurgedachte op een proces van krachten.

Schepping en natuur zijn begrippen, die elkander niet behoeven uit te sluiten, maar zeker omvatte destijds de majestueuze scheppingsgedachte van het Oude Testament geheel andere waardeeringen van mensch en wereld dan de Grieksche vorm van het begrip „natuur". Destijds lagen daar twee geheel verschillende en zelfs onvereenigbare concepties aangaande God achter. Dat is trouwens ook met ons natuurbegrip dikwijls het geval.

Toen Paulus Rom. i : 18—20 dicteerde, zal hij wel hoofdstuk 13 en 14 van de z.g. Wijsheid van Salomo voor oogen hebben gehad. Dat is des te meer aan te nemen, omdat het ook daar, ondanks schijn van het tegendeel, tenslotte toch niet gaat om een godskennis uit de „natuur".

Alles blijft hier dus tenslotte toch in het spoor, dat de groote leiders van Israël bij hun beschouwen van de „wereld" hadden getrokken. Zij kennen geen „natuur" en dus is er bij hen ook, strikt genomen, geen sprake van een openbaring Gods in die natuur. Integendeel, waar de Grieksche geest de „orde" der natuur voor een goddelijke wetmatigheid houdt, is voor de profeten juist datgene wat daarmede niet vereenigbaar schijnt, openbaring Gods. Zij bleven daarbij in de lijn van de oudste overtuigingen der menschheid. Op die lijn kunnen natuurlijk fouten worden gemaakt, maar dat is een eigenaardigheid van den menschelijken geest, waarvoor men ook bij het trekken van andere lijnen