Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheel geestelijk geworden: het is de eenheid van hen, die „in Christus" zijn.

_ Hij heeft om den samenhang van die, boven het aardsche en tijdelijke uitreikende, eenheid te karakterizeeren zelfs den term „lichaam van Christus geschapen. Uit de nationaal-beperkte, aardsche, historische grootheid van het volk van Abraham is zoo een suprahistorische feitelijkheid geworden, die als een oordeelend ideaal steeds haar schaduw voor de Christenheid uitwerpt en haar herinnert aan haar roeping- het „nieuwe Israël" te zijn, dat op weg is naar de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde!

Geweldig is de gedachte, die aan deze wereldbeschouwing haar stempel heeft opgedrukt! De zin der wereld is bekend. Die zin is, dat de „wereld — afgezien van wat ons niet geopenbaard is — slechts daartoe geschapen is en daartoe in stand blijft, dat de Opperste Wil zich uit de menschheid Zijn „volk" schept. Zoodra dit doel is bereikt heeft de wereld geen zin meer en houdt zij op te bestaan in dien vorm en samenhang, dien wij als „natuur" kennen.

Haar einde valt dus saam met het bereiken van haar doel. Dan komt een nieuwe, andere „wereld" haar plaats innemen.

Zoo staat het, volgens Paulus, tusschen God en onze „wereld". Individueel zijn wij dus van oneindig kleine beteekenis in dit geweldig gebeuren! Ons willen en ons bereiken of verwezenlijken — onze „werken" gelijk Paulus het noemt — is van zoo nietige afmeting, dat het eigenlijk een wonder is, dat het door den oppersten Wil in dit geweldig bouwplan gebruikt wordt. En hier hoort men door Paulus' gedachten heen weer het woord van Jezus Christus: „ook als gijlieden alles volbracht hebt wat u geboden is te doen, zoo zegt, wij zijn onnutte dienstknechten .

De bovenmenschelijke vraag, die toch de mensch zonder te ontzinken aan zijn mensch-zijn niet nalaten kan te stellen, de vraag naar den zin van de geschiedenis der menschheid, is hier vierkant gesteld. De moed, die de wereld mist, is hier aanwezig.

En het antwoord is hier pricipieel, van God uit, gegeven. Hier wordt de godsgedachte niet vaag gehouden, zoodat moeilijkheden in het nevelachtige vervloeien. Hier is God in den vollen zin des woords Wil met al de raadselen, die dan scherp en fel ons aangrijpen.

En m dat antwoord is de maar al te menschelijke, de tragische vraag vraag naar wat dan ons heele leven en streven tenslotte zal beteekenen

Sluiten