Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wil men den geweldigen ernst, het om leven en dood worstelen van zijn tegenstellingen voor ons geslacht voelbaar maken door ze in de termen van het dialectische denken te kleeden, het zij zoo. Maar dan vrees ik, dat in deze paradoxen de eigenlijke reformatorische kracht van Paulus' boodschap haar greep zal verliezen.

Wie eenvoudig toeziet — en kennis van zaken behoeft hier geen beletsel te zijn — kan op iedere bladzij van Paulus bespeuren, dat hij van de problematische paradoxen en paradoxale problemen van dit hedendaagsche denken nog niet het minste vermoeden heeft gehad. In dat opzicht is hij volmaakt naïef geweest. Wie deze uitspraak echter gretig opvat, bedenke wel, dat de waarde en de juistheid van het inzicht, dat zich van zulk een denken bedient, grooter zijn kan dan die van technisch-wijsgeerige accuratesse. De machinale techniek, die de materie op een duizendste van een milimeter weet te snijden, is een bewonderenswaardige zaak, maar de Venus van Milo werd geschapen met hamer, beitel en boor!

De Bijbel als geheel staat hier aan Paulus' kant. Wil men een denken, dat met beeldspraak de groote lijnen der diepste problemen uitdrukt, dat grooten nadruk legt op den factor, dien wij „geest" noemen, en waarin de wil en het niet-noodzakelijke meer belangstelling vinden dan het z.g. wetmatige in het denken en in de „natuur", een „mythologisch" denken noemen, dan is daar weinig tegen. De eene naam is zoo goed als de andere, als men maar weet wat men bedoelt. Maar wie meent, dat ieder denken, dat weigert een onpersoonlijke X van te voren reeds als opperste grootheid te aanvaarden of het begrip kracht voortreffelijker te achten dan het begrip wil, zoo maar terzijde kan worden geschoven als lijdende aan „onwetenschappelijke menschvormigheid" — wat dan met een geleerd woord „anthropomorphisme" heet—, die oordeelt wat haastig.

Het boek Genesis laat b.v. God wandelen in den hof Eden. Dat is een anthropomorphisme. Maar het heeft het voordeel van duidelijk te zijn en de vraag uit te lokken naar de reden waarom de schrijver zich zoo heeft uitgedrukt. Wanneer echter met wetenschappelijke terminologie feitelijk wordt verteld, dat de wereld de stoffelijke keerzijde is van een onbewusten „geest", is dit niet minder een anthropomorphisme en dan nog een van lang niet onschuldigen aard. Immers hier komt als hoogste voorstelling een slapende godheid voor den dag, die leeft in een lichaam, dat zich nog lang niet ontwikkeld heeft: een soort embryo

Sluiten