Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meent echter, dat hij nog in de gevangenis is. Rhode vertelt, dat Petrus voor de deur staat. Men wil het niet gelooven, en, toen „zij daar sterk bij bleef, dat het alzoo was", zeiden zij: „Het is zijn engel". Dat geloof in een particulieren beschermengel, die niet alleen in gedaante, maar ook in stem en gebaar als een dubbelganger kon verschijnen, laat Paulus ook liggen voor wat het wezen mocht.

Hij concentreert zich op den kern der dingen! Daar zijn twee reeksen van machten, maar aan beide kanten grijpt hij slechts een. Aan den eenen kant spreekt hij van de „macht der zonde en des doods", die hij dikwijls bijna of geheel tot een persoon maakt in den gang van zijn betoog — aan den anderen kant ziet hij den Heer: den „kyriosChristos", den Geest. Tusschen die twee machten gaat de groote worsteling in den kosmos!

Paulus ziet dus de wereld als het strijdperk van deze twee machten. De invloed van de wereld der „machten, tronen en overheden" is voor hem echter niet een wetmatig geregelde, die door de astrologen bestudeerd moet worden. Dat interesseerde zijn tijdgenooten, hem echter niet.

Hij vereenvoudigt en trekt al zijn aandacht samen op het fundamenteele, dat van godsdienstige beteekenis is. Zooals reeds de profeten tegenover de geweldige macht van de goden der heidenen den moed van den eenvoud getoond hadden: uwe goden zijn ijdelheid, Jehova is de Eenige! En die Israëlitische belijdenis herhaalt Paulus: „wij hebben éénen God". Daarop volgt dan de Christelijke verbizondering: „en éenen kyrios: Jezus Christus".

Die nadruk op het eene tegenover de veelheid en die vizie van een strijd van kosmische machten en weigering om in het kosmische drama een spel van krachten te zien, dat is karakteristiek voor Paulus' beschouwing van zijn wereld.

Hetzelfde zien wij ook op de onderste trede. En weer vertoont zich daar een zeer typeerend verschil, dat van blijvende beteekenis is.

Den voor de hand liggenden angst voor de onzichtbare wereld wist ook de beschaafde en vrome heiden van Paulus' dagen heel goed te overwinnen. Men riep b.v. de idee, dat de mensch aan de opperste godheid verwant is, te hulp. Paulus zelf kent die gedachte en citeert haar

Sluiten