Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar zoo eenvoudig is de werkelijkheid niet; en als een der eersten in de rei der psychologen heeft Paulus gezien, dat wilsinspanning op het ééne punt leidt tot uitbarsting van het onderdrukte in andere vormen. De „oude mensch" laat zich niet maar door wilsdecreten overwinnen en binden. Paulus heeft reeds in Rom. 7 gesproken over „een wet", die hij gevonden had, waarbij het goede en het kwade tesamen bovenkwamen, zoodra de wil er zich op die wijze mede ging bemoeien.

Zal de mensch „vernieuwd" worden, dan moet er iets gebeuren, dat „verlossing" heetenmoet, want de werkelijke toestand, waarin hij verkeert, is voor den dieper blikkenden geest een slavernij. Paulus heeft klaar en scherp opgemerkt, dat men heel wel „naar den inwendigen mensch een welbehagen" kan hebben in de „Wet Gods", en dat niet slappelijk, maar met bewuste instemming en overtuiging, en toch even ver blijven van die overwinning, die de wilsmensch in zijn naïveteit meent, dat voor het grijpen ligt. _

Als het anders zal of kan worden, dan moet er in ons iets radicaals gebeurd zijn, een dood van het oude en een opstanding van het nieuwe! Zoo zegt hij dan b.v. in Rom. 6 : 4vv.: „Wij zijn dan met Christus begraven door den doop in den dood, opdat gelijkerwijs Christus uit de dooden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, zoo ook wij in nieuwheid des levens wandelen zouden. Want indien wij met hem ■één plant geworden zijn in de gelijkmaking van zijnen dood, zoo zullen wij het ook zijn in de opstanding; dit wetende, dat onze oude mensch met hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde machteloos gemaakt zou worden, opdat wij niet meer de slaven van de zonde zouden zijn . . .

De Grieksche taal had nog nooit zulke gedachten uitgedrukt, en Paulus die voor het eerst over deze psychologische diepten van het religieuze leven had te spreken, heeft ermede geworsteld. Hoe scherp heeft hij echter doen gevoelen wat hij wilde zeggen! Hij personifieert daartoe de zonde. Haar „slaven" zijn de menschen met al hun gewaande vrijheid en met al hun wilstrots. En ook de slaaf, die zich vrij weet te maken of vrijgelaten is, blijft zijn slavengeest en slavenvrees houden, gesteld al, dat de mogelijkheid bestond zich uit de netten van deze vijandin los te maken. Werkelijke verlossing geeft slechts de dood! Maar dan een dood, die ook een slaaf als held voor een goede zaak zich op den hals kon halen: liever zich laten kruisigen dan gehoorzamen!

Sluiten