Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die eenheid heeft de Heer zelf door zijne woorden bij het brood en bij den beker een bizonder en nieuw karakter verleend. Zij zijn niet slechts één door het gebruik van eenzelfde brood en eenzelfden beker maar als eenheid worden zij nu het lichamelijk orgaan, waarvan de Heer zich bedienen wil, gelijk Hij voorheen zich van zijn eigen lichaam en bloed had bediend. Immers van dit brood en van dezen wijn, waarmede de band van eenheid werd gelegd, werden de sacramenteele woorden, die deze bizondere gedachte vertolkten, gesproken.

En evenzoo wordt met nadruk in de drie Evangeliën en op de plaats, waar Paulus hiervan spreekt, gezegd, dat het bij deze handeling ging om „het nieuwe verbond".

Nu zijn er in dit verband zeker ook nog andere gedachten aanwezig en vertoonen die gedachten wel samenhang naar verschillende zijden, maar Paulus knoopt, ongetwijfeld terecht, aan bij déze traditie — en dat doet hij, blijkens het verband, ook bewust —, wanneer hij in I Cor 11 26—29 na de vermelding der avondmaalsformule daaraan nog eigén vermaningen verbind? Zijne gedachten zijn te verstaan vanuit de opvatting der nieuwe gemeenschap als het „lichaam van Christus. Zij zijn wettig en noodzakelijk zoo te verstaan, omdat die opvatting regelrecht verband houdt met deze centrale lijn in de evangelische berichten over de instelling van het avondmaal in de opperzaal te Jeruzalem.

In I Cor 11 26—29 zegt Paulus het volgende: „Want zoo dikwijls gij van dit bróód zult eten en dezen drinkbeker zult drinken, zoo verkondigt den dood des Heeren, totdat hij komt".

Het is mogelijk, dat hier eigenlijk Paulus zelf nog met aan het woord is, maar dat hij hier samenvat wat de opvatting der Christelijke traditie was aangaande de slotwoorden: „doet dit tot mijne gedachtenis . Men heeft, indien dit zoo is, daaronder dan verstaan een gebod tot.openlijke herinnering aan de heilsbeteekenis van Christus dood bij de viering van dit sacrament van het nieuwe verbond. Dat is dus een toespitsing en verenging van het woord: „doet dit om mij lü gedachtenis te bren-

S6Het is onjuist om deze woorden zóó te verklaren alsof daarmee niets anders dan de broodbreking en de bekerbediening zelf zouden zijn bedoeld Die zijn op zichzelf geen „verkondiging' van den dood des

Sluiten