Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezen post te doen, waarom moet zich ook een Jood met deze zaak bemoeien. Zoo althans luidt de populaire Formuleering. Op het eerste gezicht lijkt daarin alleen een additioneel bezwaar tot uitdrukking te komen. In werkelijkheid wordt op deze wijze de zakelijke kritiek geheel terzijde gesteld. Want wanneer men er bezwaar tegen gaat maken, dat een Jood een bepaalde functie uitoefent, wordt het uiteraard onverschillig, hoe hij de functie uitoefent; ook al mocht hij het op andere wijze doen, zou toch het bezwaar dat hij Jood is, nooit komen te vervallen. Verwijt men aan een aantal wethouders, dat hun beleid de stad aan den rand van het bankroet brengt, dan is het denkbaar dat een wijziging in hun beleid genade in de oogen hunner critici zou vinden; verwijt men hun echter, dat zij Joden zijn, dan is het geval hopeloos, want deze fout kunnen zij nooit verhelpen.

Zoo zien wij dan, dat de agitatie tegen Joden in vooraanstaande positie weliswaar meestal uitgaat van hen, die het niet eens zijn met de wijze waarop de Joden in kwestie optreden, terwijl toch de zakelijke kritiek, die zich tegen hen richt, in wezen van ondergeschikte beteekenis is. Waar tegen de positie van den vooraanstaanden Jood storm wordt geloopen, verliest de kwestie van zijn vakkundige bekwaamheid elk gewicht. Zij wordt trouwens veelal niet eens in twijfel getrokken en soms zelfs uitdrukkelijk erkend. Men kon nog onlangs in Duitsche kranten naar aanleiding van het aangekondigde optreden van een ,,niet-arisch" kunstenaar de verklaring aantreffen, dat het publiek dit optreden niet zou dulden, want het wenschte de Joden uit de Duitsche kunst geweerd te zien, al waren het dan wellicht nog zoo groote genies. Wie in beginsel bezwaar maken tegen den Jood in vooraanstaande positie, ontzeggen hem het recht daarop niet om den toevalligen aard van zijn toevallige werkzaamheid, maar omdat zij Joden in beginsel uitgesloten wenschen te zien, ongeacht hun eventueele kwaliteiten en prestaties. Wij hebben dus te maken met een bijzonder probleem, althans met een bijzonder zichtbaar probleem van den Jood in vooraanstaande positie in de niet-Joodsche maatschappij en het tweeledig aspect van dit probleem, al naar gelang wij letten op de reacties in de niet-Joodsche omgeving of op de complicaties die aan Joodsche zijde ontstaan.

Sluiten