Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In werkelijkheid is het wereld-Jodendom zoo verdeeld mogelijk, naar denkbeelden, opvattingen, levensrichting en intenties. Er is geen gedachtenwereld, waaraan de Joden zich niet geassimileerd hebben; er is geen richting, waarin zij niet vertegenwoordigd zijn; er is geen streven op welk gebied ook, waaraan niet ook Joden meedoen. Zij dienen alle goden van den dag en staan in alle slechts denkbare strijdfronten met vaak groote verbittering tegenover elkaar. Het is zelfs regel, dat zij elkaar ongunstig beoordeelen en wederzijds een overdreven kritische houding aannemen. Want de algemeene minachting heeft in hen het veel besproken minderwaardigheidscomplex doen ontstaan, welk woord evenwel geschikt is, een verkeerde voorstelling van de werkelijke verhouding te geven: de Jood is inderdaad gaan gelooven aan de slechte Joodsche eigenschappen, die den Joden in het algemeen worden toegeschreven en hij meent hen vaak bij zijn mede-Joden te kunnen constateeren; alleen hijzelf en wellicht enkele andere individueele Joden hebben zich, naar hij gelooft, tengevolge van een merkwaardige persoonlijke voortreffelijkheid boven dezen algemeenen doem uitgewerkt. Het gewaande Joodsche eenheidsfront en de veronderstelde algemeen-Joodsche solidariteit zijn dus zuivere phantasie. En de Jood-ambtenaar, die in een bepaald geval de verdenking zou kunnen wekken, zich in een aangelegenheid, waarbij Joden of Joodsche aangelegenheden zijn betrokken, door Joodsch sentiment te laten beïnvloeden, zal vaak eerder trachten op demonstratieve wijze te laten zien, hoe absoluut zulks niet het geval is.

Maar deze intentie op zich zelf schept natuurlijk onzekerheid.

Joodsche rechters en Joodsche ofantisemietische beklaagden

Staat de Joodsche rechter innerlijk geheel vrij tegenover een Joodsche beklaagde? Zal hij hem niet schuldig willen vinden, teneinde zijn algeheele onbevooroordeeldheid te bewijzen? Of zal hij aan den anderen kant, als het een geruchtmakende zaak betreft, wellicht toch eenigszins aan den indruk moeten denken, die een veroordeeling teweeg zou brengen? Want al is er geen Joodsche solidariteit van het doen: er is een Joodsche solidariteit van het lijden. Men noemt haar geringschattend „Prügelsolidaritat". Misschien is gemeenschappelijk ge-

Sluiten