Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf staat? Zeker wil men aannemen, dat de Joden voor de rechten, die zij genieten, met eerlijke plichtsvervulling zullen willen betalen; maar zijn zij in dezen gedachtengang niet ook een afzonderlijke partij, een contractant, met wie men een bepaalde transactie heeft afgesloten? Versmelten zij in de niet-Joodsche voorstelling met het Nederlandsche volksgeheel tot die nationale eenheid, waarvan zij zei ven droomen? Stellig niet. In de niet-Joodsche voorstelling blijven zij zoo geen afgezonderde, dan toch een afzonderlijke groep; en tegenover een dergelijke groep staat men met de innerlijke houding van het vragen. Hoe kunnen zij zich met ons geheel en al één voelen? Moeten hun de buitenlandsche Joden niet naderstaan dan wij ? Zal het bloed niet toch kruipen, waar het niet gaan kan? Kunnen met een land en een volk tot het uiterste verbonden zijn menschen, die tenslotte in de geschiedenis altijd weer ergens als Joden wisten te leven, wanneer hun lot of noodlot dat zoo meebracht? Is de Jood niet eigenlijk van aard en aanleg internationaal? Kan hij wel patriot zijn?

Wat hier onder woorden is gebracht, leeft nauwelijks in den vorm van uitgewerkte gedachten. Er bestaat zelfs niet veel documentatie x) om te bewijzen, dat met deze vragenreeks bestaande gevoelens bij benadering zijn weergegeven (natuurlijk alleen wat Nederland betreft; in het buitenland is de desbetreffende documentatie overvloedig). Maar wanneer de Nederlandsche Joden niet kunnen nalaten, van hun aanhankelijkheid zoo overluide te getuigen, dan is het, omdat zij al deze twijfelende gevoels-beschouwingen willen weerleggen, waarvan zij overigens desgevraagd het bestaan met de grootste beslistheid zullen ontkennen.

Deze ontkenning is niet het uitvloeisel van slimme listigheid. Maar zij willen niet weten, weigeren te weten, weigeren te gelooven wat zij weten.

Het scherpe verstandelijke besef, dat het zoo is en niet anders, zou onverdragelijk voor hen zijn. Waren al hun declaraties

!) Toevallig bevat de „Maasbode" van 29.7.34 een artikel „Antisemietisme als Idee", dat als bestrijding van het Duitsche antisemietisme bedoeld lijkt, waarin het volgende als een bekend en van zelf sprekend feit wordt gememoreerd: „Familiezin is voor den Jood realiteit; patriotisme is hem vreemd".

Sluiten