Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rijksopvoedingsgestichten zodanig te verminderen, dan moet als oorzaak o.a worden aangewezen:

1. de daling der jeugdcriminaliteit, vooral onder de heel jonge kinderen;

2. een veranderde kinderberechting, de gezinsvoogdij;

3. de grotere werkkracht van particuliere verenigingen;

4. het doen opnemen in particuliere — confessionele — inrichtingen van verpleegden, die wat hun gezindheid en die hunner ouders betreft, niet in deze inrichtingen thuis behoren.

De reorganisatie van 19S3. Het plan tot deze reorganisatie vindt men aangegeven in het in 1932 verschenen rapport van de Staats-Cbmmissie Weiter, waarin over de hoge verpleegpr^s der Rijks-Opvoedmgsgestichten wordt geklaagd en men vervolgens op de bladzijden 160 en 161 het volgende kan lezen1:

„Er zijn hjj die gestichten te veel ambtenaren. Is dit bij den huidigen opzet ten deele het gevolg van een voor drie gestichten te kleine bevolking, ook in de nieuwe organisatie, waarbij Doetinchem en Amersfoort overblijven, zal blijkens inlichtingen, het aantal ambtenaren in verhouding tot de bezetting groot zijn, namelijk te Doetinchem 65 op ten hoogste 180 pupillen, te Amersfoort 65 op maximaal 140".

Na vergeüjking met één buitenlands gesticht (in Zweden) concludeert dan de Commissie-Welter, dat onze Rijksgestichten te zwaar van opzet zijn en voegt hieraan toe:

„Voorts zou in de Rijks-Opvoedingsgestichten de vakopleiding 'kunnen worden vereenvoudigd. Met een opleiding tot maatschappelijke bruikbaarheid dient te worden volstaan, waarna terugplaatsing in de maatschappij zoo spoedig mogelijk moet volgen. Daardoor zal het verblijf in het gesticht worden bekort, de personeelsorganisatie kan eenvoudiger en de uitgaven voor het vakonderricht zullen geringer zijn. Trouwens het gros der jongens in deze gestichten heeft een te geringe schoolkennis om met vrucht vakonderricht te volgen, dat te veel het karakter van ambachtsonderwijs zou hébben

Wordt het karakter der genoemde gestichten in vorenstaanden zin vereenvoudigd, dan zal aan de buitensporige kosten per verpleegde een einde komen en bij deze instelling tusschen kosten en vermoedelijk nut meer overeenstemming ontstaan.

De Commissie is van oordeel, dat bedoelde kosten per verpleegde niet ver boven die der tuchtscholen behoeven uit te gaan".

Het is van belang hier op te merken, dat door een commissie, ingesteld met het doel tot verlaging van de ryksuitgaven te komen, adviezen inzake zo iets subtiels als opvoeding en verpleging der misdadige jeugd werden verstrekt.

Sluiten