Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van vóór 1933, alleen personeel met een andere titel en een slechter bezoldiging.

Op den duur echter zullen aan de Rijks-Opvoedingsgestichten verbonden worden — wanneer de reorganisatie van 1933 behouden blijft — mensen met lager ontwikkelingsgraad en geringer opleiding.

Nogmaals spreekt de Commissie uit, dat dit voor het Rijks-Opvoedingswezen te betreuren zou zijn. Zij is van mening, dat de eigenlijke opvoedingsarbeid verricht moet worden door opvoedende ambtenaren.

Het gaat in deze natuurlijk niet om de titel, doch om het wezen van dfe zaak. Aan degenen, die met deze opvoedingsarbeid belast worden, moeten hoge eisen gesteld worden.

Voor de Opvoedende ambtenaren-groepsleiders moet als algemene eis gelden, diploma 5-jarige H.B.S. of daarmee gelijkstaande diploma's (Gymnasium, Lyceum) of daarmede gelijkstaande, op andere wijze verkregen, ontwikkeling.

Voor de onderwijzers moet verplicht worden gesteld hoofdacte en als aanbeveling kennis van handenarbeid.

Voor de opvoedende ambtenaren-vakleeraren, nijverheidsakte en algemene ontwikkeling.

Het spreekt wel vanzelf, dat boven algemene kennis nog een bijzondere opleiding vereist is.

Waar het aantal Rijksopvoedingsinrichtingen sterk is gedaald en de behoefte aan nieuw aan te stellen personeel niet groot zal zijn, is het de vraag of een opleidingscursus — gedeeltelijk van practische en gedeeltelijk van theoretische aard — althans voor het theoretische deel niet kan samenvallen met die voor de particuliere opvoedmgsinrichtingen.

Naar beide zijden zou dit mogelijk zgn voordelen kunnen hebben, niet alleen wat betreft de theoretische cursus zelf, doch ook wat aangaat het verkrijgen van een diploma na afgelegd examen.

Studiemogelijkheid voor de beambten in algemene dienst.

Wanneer de Commissie nu haar mening heeft gegeven over het opvoedend personeel, wil zij nog opmerken, dat de mogelijkheid om uit de beambten in algemene dienst opvoedende ambtenaren te recruteren zeker niet moet worden uitgesloten.

De ervaring heeft bewezen, dat onder deze beambten soms goede paedagogen schuilen en dus is het in het belang der Gestichten, dat zij nu in de gelegenheid worden gesteld^ na een behoorlijke algemene ontwikkeling te hebben verkregen, zich tot Opvoedend Ambtenaar te kunnen bekwamen.

Door het openstellen dezer mogelijkheid wordt de prikkel tot ontwikkeling en studie bevorderd.

Sluiten