Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hieruit volgt intusschen niet, dat in geen enkel geval straf moet worden opgelegd, maar wel dat steeds nauwkeurig moet worden onderzocht of in een bepaald geval straf, of een opvoedingsmaatregel noodig is. Wanneer maar bij ieder geval, na uitvoerig onderzoek, wordt nagegaan, of straf op haar plaats is, schijnt het geheel overbodig, ja zelfs ongewenscht, den Kinderrechter een verbod tot straffen beneden zekeren leeftijd op te leggen. Dit is niet alleen in strijd met de vrijheid, welke men een goeden Kinderrechter bij zijn werk moet geven, maar miskent ook de taak van de overheid. Waar immers de taak der overheid, om, indien ouders te kort schieten bij de opvoeding, in te grijpen, en dan zelf de opvoeding te verzorgen, vrijwel algemeen wordt erkend, en steeds uitgebreider wordt toegepast, schijnt het wel zeer onlogisch, dat men, wanneer de ouders bij de bestraffing aanvulling behoeven, de overheid geen taak toe zou kennen. Bij handhaving van de gedachte dat ook bij de bestraffing (evenals bij de opvoeding) de taak der ouders primair is, zal toch erkend moeten worden, dat de overheid hiernaast eene roeping heeft.

Moet dus in ieder afzonderlijk geval de overheid zich met ernst afvragen of straf gewenscht of noodig is, hiernaast zal, wanneer gestraft moet worden, deze straf zelve en ook de wijze van behandeling van de zaak moeten voldoen aan den bovengestelden eisch, dat het kind als kind worde behandeld. Ook hier zullen zoo weinig mogelijk algemeene regels moeten worden gegeven, maar moet vrijheid bestaan ieder kind die straf op te leggen, welke in verband met zijn leeftijd, ontwikkeling enz. het meest gewenscht is.

Uit den aard der zaak wordt hier aan de handteerders van het kinderrecht een zware taak opgelegd. Het schijnt wel heel wat eenvoudiger, wanneer de wetgever de mogelijkheden door het stellen van leeftijdsgrenzen beperkt; maar de groote verschillen, welke zich in kinderzaken voordoen, maken het noodig, dat hier zoo weinig mogelijk beperkingen worden opgelegd, opdat het mogelijk zij ieder geval individueel te beoordeel en en dus telkens na te gaan, of straf gewenscht is en zoo ja, welke straf in verband met de omstandigheden, de ontwikkeling, het milieu in dit speciale geval op haar plaats is.

Gelukkig beweegt zich de geheele ontwikkeling der strafrechtspleging gedurende de laatste decenniën ook in deze richting, dat den rechter meerdere mogelijkheden worden gegeven, waarvan hij in iedere strafzaak na individueele beoordeeling de meest gewenschte in vrijheid kan toepassen. Moge het kinderrecht zich ook in deze richting ontwikkelen en niet door algemeene regels belemmerd worden!

Sluiten