Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en te dien tijde tevoren nog nooit anders gedachte opvatting, dat misdadigers langs justitieelen weg behandeld moeten worden, althans niet zonder justitieele bemoeiing, leiding en beslissing.

De Staat verweert zich door zijne justitieele organen tegen de misdaad.

Laat dit zoo zijn (en blijven) tegen de misdaad; tegenover den jeugdigen misdadiger, den nog niet volgroeide, heeft hij zich, bij den tegenwoordigen stand der wetenschap — 32 jaren later dan op 't tijdstip, toen de Kinderwetten behandeld werden 1 — anders te gedragen, en zoo lang zich van justitieelen invloed en ingrijpen te onthouden, als de beveiliging der maatschappelijke samenleving of de correctie van het betrokken individu dit niet noodzakelijk maken.

Van nu af dient algeheel gebroken te worden met den penitentiairen weg, en daarvoor in de plaats gesteld de medisch'psychologisch-paedagogische (en sociologische).

Ik kom hierop in den loop van mijn betoog vanzelf nader terug, doch dien nog iets te laten voorafgaan over de strafrechtelijke en burgerrechtelijke Kinderwetten van 1901.

Nu, achteraf gezien, heeft men daarin — ongeacht mijn zéér groote eerbied en dankbaarheid voor hetgeen men ons in deze wetten gegeven heeft — twee kapitale fouten gemaakt, waarvan ééne in dien tijd niet te vermijden was; n.1. men heeft twee verschillende soorten van kinderen verondersteld: de „misdadige" én de „verwaarloosde" kinderen; en voorts heeft men de meerderjarigheidsgrenzen voor beide rubrieken verschillend gemaakt.

(Ten aanzien van dit laatste kan daarenboven worden opgemerkt, dat men binnen de rubriek van de „misdadigen" ook nog eene inconsequentie heeft begaan : op 18-jarigen leeftijd voor den strafrechter, dan strafrechtelijk meerderjarig; vóór den 18-jarigen leeftijd voor den strafrechter, en dan wel mogelijk opvoeding als minderjarige tot 21 jaar.)

Er vallen ook nog deze twee opmerkingen te maken: als eerste, dat men, gelijk reeds hierboven even aangeroerd, op den bodem van het bestaande bleef voortbouwen, zonder dat men zich afvroeg, of zich kon afvragen, of niet een geheel nieuwe en geheel andersoortige bodem gekozen moest worden voor het gebouw, dat men wenschte op te trekken voor de kinder-behandeling.

De behandeling van den volwassen misdadiger eischte naar de toenmalige opvatting: gevangenissen, strengheid, bijzondere orde en tucht, en een reeks van disciplinaire maatregelen, middelen en straffen ter handhaving dier orde en tucht, wilde men volgens 't toen juist geachte régime den misdadiger verbeterd aan de maatschappij teruggeven, en

Sluiten