Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vragenlijst.

1. Ouderdom ten tijde van de operatie. Geslacht, beroep.

2. Datum der operatie.

3. Om welke reden is de patiënt gecastreerd? Liefst een zoo uitvoerig mogelijke beschrijving der symptomen.

4. In hoeverre en zoo ja, wanneer zijn de verschijnselen na de operatie verdwenen?

5. Zijn er na de castratie andere lichamelijke of geestelijke verschijnselen opgetreden? Zoo ja, welke?

6. Kan patiënt zijn beroep weer uitoefenen, of heeft hij een ander moeten kiezen? Zoo ja, welk en waarom?

7. In hoeverre heeft patiënt hinder van de verschijnselen, die na de castratie zijn opgetreden, in en buiten het beroep?

8. Welke invloed heeft de castratie gehad op de psychische en lichamelijke sexueele verhouding tusschen de echtgenooten?

9. Hoeveel tijd na de operatie hebt gij patiënt het laatst gezien en onderzocht?

10. Acht gij door de castratie den toestand van den patiënt verbeterd, gelijk gebleven of verminderd? En in hoeverre?

11. Komen er bij de grootouders, ouders, broers, zusters of kinderen van den patiënt ook lichamelijke of geestelijke afwijkingen voor? Zoo ja, welke?

12. Is patiënt zelf tevreden of ontevreden over de resultaten der castratie? Heeft hij er al dan geen spijt van in de operatie te hebben toegestemd?

13. Kan U ter toelichting van dit geval nog meer meedeelen, dat niet onder een der voorgaande vragen valt?

In het Nederlandsch tijdschrift voor geneeskunde van 23 Maart 1935 is deze circulaire, maar dan bestemd voor alle artsen, afgedrukt. Zoodoende hebben we de ziektegeschiedenissen van 11 gecastreerde personen gekregen, welke in een afzonderlijk hoofdstuk worden meegedeeld. Wij zijn ons wel bewust, dat niet alle Nederlandsche gevallen ons bekend zijn geworden. Maar toch zijn we overtuigd, dat uit deze gevallen blijkt, dat de castratie meer in Nederland is en wordt toegf pastvoor sexueel abnormalen, dan menigeen vermoedt. Niemand zal de wettigheid ooit hebben betwijfeld van een castratie verricht wegens een organische

Sluiten