Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heft, begaat men herhaaldelijk de fout, beide kerken met elkander te verwisselen, zodat de lezer en hoorder dikwijls niet weet, over welke kerk men eigenÜjk spreekt, tot hij het onbehaaglijke vermoeden krijgt, dat men spreekt van de empirische kerk in woorden, die slaan op de onzichtbare. De uitspraken, dat buiten de kerk geen heil is en dat de kerk de moeder der gelovigen is, welke gelden van de onzichtbare kerk en van deze vanzelfsprekend, worden dan vanzelf op de zichtbare kerk toegepast, met al de noodlottige gevolgen van dien. Al moet men tussen de beide kerken onderscheiden, zij mogen echter niet gescheiden worden. Integendeel moet er nauw verband tussen beide zijn. Zij kunnen in werkelijkheid niet zonder elkaar. De.onzichtbare kerk kan niet buiten de zichtbare. Boven is er reeds op gewezen, dat geestelijke gemeenschap niet onderhouden kan worden en dus niet bestaan kan zonder organisatie, zonder een apparaat. De onzichtbare kerk heeft, zal zij functioneren, als orgaan de zichtbare kerk nodig. Juist vrijzinnigen, die dwepen met de geest, mogen bedenken, dat deze de stof nodig heeft. Omgekeerd kan ook de zichtbare kerk niet buiten de onzichtbare. Doet zij dit, dan verliest zij haar zin. Zij is immers slechts orgaan, apparaat, middel, van en voor de onzichtbare. Op zichzelf gestéld wordt zij een vereniging met bovendien het doel in zichzelf, een apparaat dat in zichzelf rouleert, een organisatie waar de geest uit is. Zij heeft slechts zin, zolang zij boven zichzelf uitwijst, naar de onzichtbare. Aan deze laatste moet zij zich a.h.w. ook telkens weer optrekken, en dat is de twede band die haar met de onzichtbare kerk verbindt. Deze is voor de zichtbare toch ook richtinggevende idee, doel dat haar voor ogen zweeft en dat zij wel niet bereiken kan, maar toch benaderen moet. Elke empirische kerk wil toch immers zoveel mogelijk haar leden tot christenen, leden van de onzichtbare kerk vormen, zoveel moge-

Sluiten