Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. RONDZENDBRIEVEN VAN DEN MINISTER VAN ONDERWIJS, KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN BETREFFENDE DEN CURSUSDUUR VAN DAGAM BACHTSSCHOLEN.

Bij de rondzendbrieven, welke bieronder zijn afgedrukt, heeft de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen de tabellen en de omscluijving van de leerstof, vermeld onder II, ter kennis gebracht van de besturen van gesubsidieerde dagambachtsscholen, waarvan de cursus moet worden ingekrompen, en van de gemeenten, welke zoodanige scholen in stand houden.

's-Gravenhage, 18 Juli 1935, n°. 13377 H, afd. N. O.

Bij de geleidelijke omzetting van den cursus in een tweejarigen kan het volgende tot richtsnoer dienen:

1. Aantal lesuren per week.

Bij Uw voorstellen tot wijziging van het leerplan kan de tabel der lestijden voor den tweejarigen cursus een maximum van 38% lesuren (van 60 minuten) per week per leerling tellen.

2. Verdeeling der lestijden.

Hiervoor wordt verwezen naar de bijlage. Bij de verdeeling is gerekend op de volgende schooltijden:

voormiddags (6 maal) en namiddags (5 maal) 3% uur, verdeeld in 4 lestijden van 7/8 klokuur.

8. Vermijding van tijdelijke stijging van het totaal aantal leeraarlesuren.

Bij de invoering van het tweejarige leerplan, waarmede een kleine toename van het aantal wekelijksche lesuren van het eerste jaar gepaard gaat, dient die vermeerdering gecompenseerd te worden door eenige vermindering van de aantallen wekelijksche lesuren van het tweede en het derde leerjaar, waarvan de leerlingen nog den driejarigen cursus volgen. Op die wijze kunnen een tijdelijke stijging van het totaalbedrag aan personeelskosten en een overbelasting van de leeraren gedurende het overgangstijdperk worden voorkomen. De Rijksbegrooting laat deze stijging niet toe; bovendien zou t.z.t. de aanpassing, wat de personeelsformatie betreft, moeilijker worden.

4. Personeel.

o. Voor scholen of afdeelingen van scholen, voor welke een verdere groote toename van leerlingen niet te verwachten is, dient men zoo mogelijk bijtijds voorzieningen te treffen, teneinde de aanpassing van de personeelsformatie zoo vlot mogelijk te doen geschieden.

6. In eventueele vacatures voor leeraarsbetrekkingen, welke een blijvend karakter dragen, ware zoo mogelijk te voorzien door benoeming van reeds bij het nijverheids30

Sluiten