Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klasse van 66 drukke kleutertjes, onderwijs moest geven, een ander mede de verantwoordelijkheid zou dragen.

In tegenstelling met zijn voorganger, den heer Jongejan, keek Nooter nog al eens strak in het begin, zoolang men niet had weten te ontdekken, dat onder dat strakke masker veel welwillendheid verborgen was en bereidheid om een minder ervarene voort te helpen.

Later, veel jaren later, trof ik Nooter als actief lid der Vereeniging van Hoofden van Scholen, nadat ik zelf langs den weg van twee tusschenliggende scholen tot hoofd was opgeklommen.

Toen voerde hij reeds openlijk strijd tegen de krachten in de onderwijswereld, die mogelijk met goede bedoeling de openbare school bedreigden en toen in 1917 Amsterdam mede trad in de rij der gemeenten, die het ambulantisme der schoolhoofden afschafte, streed hij in de voorste gelederen tegen een maatregel, dien hij evenmin als ik, achtte te zijn in het belang der openbare school.

En nu nog steeds opkomende voor het waarachtig onderwijsbelang, daarbij het kind niet vergetende, blijft bij voortwerken en zijn krachten aanwenden om tegen te houden al wat het gezag, in de positie van het hoofd der school kan ondermijnen. Nooit zocht hij bij het bepleiten van maatregelen in het belang van het onderwijs, zich zelf, steeds hield hij alleen de zaak, die hij diende, in het oog.

Moge hij nog vele jaren de goede zaak dienen!

's-Gravenhage, 29 Maart 1930 JOH. WESTERMAN

LID 2e KAMER STATEN-GENERAAL

EEN PERSOONLIJKE HERINNERING AAN NOOTERS EERSTE BOVENMEESTERLIJKE JAREN

Drie en veertig jaren moet ik in mijn herinnering teruggaan, om mij den tijd voor den geest te halen, dat ik voor het eerst met den heer Nooter te doen kreeg. Ik zeg „den heer Nooter", want als ik mij in die dagen verplaats, gaat het mij niet dadelijk goed af, enkel „Nooter" te schrijven: hij werd toen mijn bovenmeester en ik een van zijn twee onderwijzers, die met de handwerkjuffrouw het voltallige personeel uitmaakten van het Amsterdamsche schooltje bij het Tolhuis, over het IJ. Een paar maanden vóór het nieuwe hoofd was ik daar als onderwijzer aangesteld, 't Was nog een hoofdelooze

Sluiten