Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1263 gaf Bonaventura zijn „Legende". Masseron noemt haar soms zoetsappig en een weinig vervelend.

Sabatier acht Bonaventura's „Legende" wat geestloos. In zijn „Préface" uit „Spec. Perf." (1898), kenschetst Paul Sabatier, Bonaventura's „Leven" ... „Ce sont d'admirables fragments de mosaïque, classés et étiquefcés, mais on préférerait les voir sur le monument auquel on les a enlevés, moins nettoyés, mais a leur place historique".

Ironischer nog uit zich Sabatier, in deze zelfde „Préface", over Bonaventura's daad: alle innige en eenvoudige menschehjkheid, Franciscus te ontnemen, om den Heilige vooral niet te schaden ... Een heilige, spot Sabatier... „qui entre deux oraisons rêve de poisson, d'écrevisses et de mostaccioli! Quelle tristesse! On tancerait un simple convers qui en ferait autant. B faut donc taire ces faiblesses maladives et les oublier".

Ook Thode oordeelt in zijn Bronnen-ontleding („Franz von Assisi und die Anfange der Kunst der Benaissance in Italien") over Bonaventura's Levensbeschrijving. Nieuws, zegt hij, brengt Bonaventura weinig. . . „Mit Grösster Kunstfertigkeit hat er alle zusammen gewebt, so dass es den Anschein hat, als hatte er frei geschaffen und komponirt, wahrend er doch im Wesentlichen überall selbst in allgemeinen Betrachtungen nur die alteren Ideen und Worte wiederholt".

Tegen Thode's boek is, na de verschijning, een belangrijke reeks polemische opstellen verschenen van S. Beisel S.J., „Die culturgeschichtliche Bedeutung des hl. Franz. von Assisi." Het ging tusschen deze Franciscuskenners, merkt Fidentius van den Borne op, eigenlijk over de geestesrichting van Franciscus.

Sluiten