Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geweend. Hun avonden zijn stil, verlaten en naargeestig. De schemering ziet hij met angst en tegenzin tegemoet en hij herademt bevrijd, als de lamp aangestoken is en een kamer verlicht, waarin hij zich vrijwel altijd alleen bevindt. Deze gaslamp boven de tafel, staat als de lichtkooi van een vuurtoren boven de duisternis van zijn jeugd. Een zwaaiende lichtbundel, die telkens, heel even, een ander tafereel beschijnt. Vier handen op een groen, katoenen kleed, drie kleine stille meertjes van fonkelende thee binnen de gave, blanke boorden van kopjes. Dat is de veilige, rustige tafel. Een lichtstraal strijkt over deze wereld heen en gaat voorbij. Het land der papieren bergen, waardoor breede vingertoppen als ontdekkers ronddwalen. Dit is de wonderlijke, avontuurlijke tafel. Een lichtstraal; voorbij. Een wit tafellaken, als een oneindige vlakte, waarop hij verdwaald is, een land zonder menschen, waarin zich niets anders bevindt dan de vuurspuwende berg van het pannetje met dampende aardappelen. Dit is de tafel der eenzaamheid. Voorbij. Een zwarte mouw van een doodgraversuniform, waaruit een hatelijke, beenige hand te voorschijn komt, die iets in een boekje opschrijft. De tafel van de dood. Voorbij, voorbij, voorbij ....

In huis hangt de spanning van het wachten, men schrikt en houdt zijn adem in, als men voetstappen

Sluiten