Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Zeedijk met zijn talrijke café's, waaruit gelach en muziek van harmonica's klinkt, is als een feestzaal, waarvan het dak werd weggenomen. Voor alle kroegen groote, opaalwitte ballonnen, op de ramen kleurige vlaggen en opschriften in vreemde talen, op straat zingende mannen met lachende, heupenwiegende vrouwen. Hier, waar men alleen maar feest schijnt te vieren, moet het leven goed zijn. In een winkel met een laag plafond, dat op de opgestapelde goederen schijnt te rusten en met een breede, lange toonbank, waarvan het blad zoo glad is, dat men er op zou kunnen schaatsrijden, moet hij het pak goed afleveren. De winkel is als een stil, gezellig kamertje naast een feestzaal en achter de groene lijst van de deur, kan men de optocht der feestvierenden zien voorbij trekken. Er hangt een duffe geur van katoen en manchester, een lucht die op zichzelf niet aangenaam is, maar waarvan men het gevoel heeft, dat men er in wegkruipen en zich er in verbergen kan. Hij heeft een voorliefde voor alles waarin men wegschuilen kan. Als er klanten in de winkel zijn, moet hij altijd even wachten. Dan zit hij op een laag bankje, ver van de toonbank af en kijkt naar de handen der vrouwen, die iets komen koopen. De meeste handen zijn als die van zijn moeder, zij hebben hetzelfde zachte en beschermende. Een enkele maal echter, ziet hij een hand

Sluiten