Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veel bedden. Waar heeft deze man, deze grijsaard, wiens ouderdom de menschen zeggen te eerbiedigen, de nachten van zijn zestig, zeventig jaar doorgebracht? Zal dit ook zijn toekomst zijn? Nooit! Hij is jong, de wereld ligt voor hem open, zijn kansen zullen komen en in geen geval zal hij zich op deze manier laten neerslaan.

IJzeren vuilnisemmers staan voor hotels en daaromheen, als musschen om de uitwerpselen van paarden, hongerige zwervers, die gierig de stinkende inhoud der emmers woorwoelen. Zonder geluid te maken vechten zij om een kluif en grissen elkander de begeerlijke buit onder de handen weg. Zij bekommeren zich niet om vuil en stoppen hun monden vol afval van voedsel, dat zij, zonder voldoende gekauwd te hebben, doorslikken. Ook het heiligengelaat van den eerbiedwaardigen grijsaard beschermt hem niet tegen honger; hij is een mensch, dat eten moet en daarom vreet hij als een dier.

Nachten in verlaten straten, natte, kille ochtenden, waarin men huiverend bescherming zoekt in eigen armen en dicht langs de gevels der huizen loopt, alsof het daar warmer is dan in het midden van de straat. Op de groentemarkt diefstal van een paar perziken en dan krijgen de boeken gelijk: een weggeloopen weesjongen komt meestal in de gevangenis terecht. Deze keer echter, is het alleen

Sluiten