Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de walrussnor heeft kleeren in zijn koffer, die er niet veel beter dan lompen uitzien. Een wereldreiziger, die naar Parijs gaat met geen andere bagage dan een flesch wijn en een hoeveelheid vodden. Als de trein rijdt, laat hij Peter weer drinken en dan valt hij opnieuw in slaap. Parijs!

De trein mindert vaart, rijdt een insnijding met stijle wanden in, op welker bovenkanten, als loodrechte wanden van een afgrond, de hooge, donkere gevels der huizen staan. De boeken hebben gelogen. Is dit zwarte riool, waaruit het water verdampte en waarin de modder achterbleef, het begin van de lichtstad? Deze, met bundels blinkende spoorrails van muur tot muur gevulde goot, is als de binnenplaats achter Bannings huis, waar zelfs een knoestige, taaie klimopplant niet in leven kon blijven. Waar de afgrond eindigt, beginnen de huizen, gevels als zwart bekorste wafelijzers, waarvan de vakjes gevormd worden door rechthoekige, gelijkvormige ramen, welker verflaag verkleurd, verteerd en afgebladderd is, als het vel van een lijder aan een ongeneeslijke huidziekte. Men wordt bang, als men uit het raam van de op de bodem der insnijding voortrollende wagon langs de stijle wanden naar boven kijkt en vraagt zich af, of deze gammele ruïne nog staande zal blijven, totdat de trein het station be-

Sluiten