Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot kalmte, Jean Jaures tracht het naderend on'heil af te wenden. Duitschland verklaart de oorlog aan Rusland.

In de achterkamer bij Père Jacques hangt mistdichte sigarettenrook. Men drinkt om de dorstige, schorgeschreeuwde kelen te laven, maar de wijn' verhit het hoofd en doet het hart sneller kloppen. Geen oorlog! Wat hebben wij, die niets bezitten te verliezen? Wel oorlog! Als het om het Fransche vaderland gaat, zijn arm en rijk één. Merde; dat is verraad aan het proletariaat. Je m'en fous; allons, allons, allons enfants de la patrie. Het Fransche leger mobiliseert. Kanonaffuiten, keuken-, ammunitie- en ambulancewagens bolderen over de bolle keien der buitenboulevards. Vlaggen wapperen, tricolores: blauw, wit, rood. Het reuzenlichaam van de stad siddert, vanaf de bovenste omloop van de Eiffeltoren tot in de bedompte kelders van Belleville. Nerveuse handen breken broodkorsten over borden met soep, het zijn Fransche handen, die Fransch brood, boven Fransche soep breken. Men zal deze boches' deze dieven van Elzas-Lotharingen toonen wie men is, zeventig schreeuwt om wraak. Verdedig de Fransche cultuur! Wat heb jij te verdedigen, zwerver, die m de knekelhuisjes van Père Lachaise slaapt waarvoor wil jij vechten, proleet, die niets anders bezit dan je met tuberculose besmet kroost? Vuisten

Sluiten