Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

talingen. Agnes is geduldig, zwijgt en glimlacht zelfs nog. Agnes is lief. De tijden worden triester, het werkloozencijfer blijft stijgen. De mand wordt geschud, de glasscherven kerven en snijden, men zakt dieper, 's Avonds brandt de lamp in de voorkamer niet meer; het geld, dat in de meter moet, kan men beter voor brood gebruiken. Men repareert zelf zijn schoenen en in de kamer stinkt het naar leer, zooals eens in de gang bij Banning.

Het leven heeft hem gegrepen, laat hem niet meer los. Het is geen verbeelding, dat een ondier de tanden in zijn polsen heeft gezet en aan zijn armen rukt. Hij wil vrij komen, kan niet ondergaan, omdat zijn oogenblik nog niet gekomen is, omdat hij zorgen moet voor Agnes, die van hem afhankelijk is. Iemand heeft zijn polsen vast en zijn armen worde op en neer bewogen. Waarom trekt men aan zijn lichaam en tracht men het uiteen te rukken? Heeft hij soms nog niet genoeg meegemaakt? En als het nu eens kunstmatige ademhaling is? Groote hemel, alsof dit hem nog zou kunnen helpen! Dwaasheid, om te trachten dit leven kunstmatig door kunstmatige ademhaling te rekken. Het is alles schijn met deze redding, het is een gemeene, valsche streek van den goeden rechter. Men heeft zijn polsen vastgegrepen om hem te binden en hem daarna te burgemeesteren. Maar dit verdomt hij, dit zal

Sluiten