Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III

De telefoon, aan het hoofdeinde van Golders bed, begon opeens te luiden, lang, schril en aanhoudend, maar Golder sliep; in de morgen was zijn slaap zwaar en diep als de dood. Eindelijk opende hij dof steunend de oogen en pakte de hoorn: „Hallo, hallo..."

Een oogenblik ging hij door met „hallo, hallo" roepen, zonder de stem van zijn secretaris te herkennen, daarop verstond hij:

— Mijnheer Golder... dood. Mijnheer Marcus is dood...

Hij zweeg. De stem herhaalde:

— Hallo, verstaat u mij niet? Mijnheer Marcus is dood.

— Dood, herhaalde Golder langzaam, terwijl een vreemde, lichte huivering hem tusschen de schouderbladen gleed, dood... onmogelijk...

— Vannacht, mijnheer, in de Rue Chabanais. Ja, in een huis. Hij heeft zich een kogel door de borst geschoten. Men zegt... Golder legde de

Sluiten