Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij lachte:

— Arme oude Dad. En dan opeens:

— Ziezoo, stap nu maar uit, wij zijn er... Golder lichtte het hoofd op.

— Wat? Maar dat is de club! Aha, nu begrijp ik het...

— We gaan dadelijk weer weg, als je graag wilt, zeide zij.

Zij bleef zitten en zag hem glimlachend aan. Zij wist wel, dat hij, als hij maar eerst even de verlichte vensters van de club, de achter de ruiten heen en weer gaande schimmen van de spelers en het smalle balconnetje, dat uitzag op zee, had gezien, niet weggaan zou.

— Komaan, één uurtje dan maar.

Zonder op de bedienden, die op de stoep stonden, acht te slaan, slaakte Joyce een wilde kreet.

— O, Dad, Dad, wat houd ik van je! Ik voel het, dat je winnen zult, je zult het zien!...

— In elk geval krijg je er geen cent van, laat ik je dat zeggen, kindje.

Zij traden de speelzaal binnen; enkele meisjes, die tusschen de tafels rondliepen, herkenden Joyce en lachten haar vertrouwelijk toe.

Zij zuchtte:

— O Dad, wanneer zal ik nu ook eens mogen spelen, ik verlang er zoo naar!...

Sluiten