Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huis scheen leeg te zijn. Nogmaals dacht hij: — Wat is het? Wat heb ik? God, wat heb ik toch? Het hart? Is het het hart? Ze liegen. Ik weet het heel goed. Men moet de dingen recht in de oogen kunnen zien...

Hij onderbrak zijn gedachtengang, klemde de handen nerveus in elkaar. Hij beefde. Hij had niet de moed om rechtstreeks aan de dood te denken of zelfs maar het woord uit te spreken... Met iets als ontzetting keek hij naar de blinde hemel, die voor het venster stond. „Ik kan niet. Neen, nog niet... Ik moet nog werken... Ik kan niet. Adenoï," fluisterde hij wanhopig, zich plotseling den vergeten naam des Heeren herinnerend... „Gij weet toch, dat ik niet kan... Maar waarom, waarom zeggen ze mij de waarheid niet?"

Het was zonderling. Tijdens zijn ziekte had hij alles geloofd, wat zij hem beliefden te zeggen... Die Ghédalia... En Gloria... Toch ging het beter met hem. Dat was waar. Men stond hem toe op te staan, uit te gaan... Maar die Ghédalia boezemde hem geen vertrouwen in... Hij herinnerde zich overigens ternauwernood zijn gezicht... Maar alleen de naam al... Een kwakzalversnaam. .. En van Gloria kon er niets goeds komen. Waarom had zij er zelf niet aan gedacht Weber te laten komen, die de beste dokter van Frankrijk

Sluiten