Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging op een bank zitten, met uitzicht op zee. Hij maakte zijn das een weinig los, deed zijn jas van boven open en haalde behoedzaam adem. Het hart sloeg regelmatig. Alleen het asthmatisch piepen zijner ademhaling maakte met zijn licht, klagelijk, scherp geruisch het in- en uitstroomen der lucht in zijn borstkas merkbaar.

De bank stond midden in de zon en de tuin lag kalm gedrenkt in een geel doorschijnend licht als fijne olie.

De oude Golder sloot de oogen, strekte dan met een zucht van droefheid en welbehagen zijn beide altijd koude handen op zijn knieën uit en wreef dan zacht zijn vingers. Hij hield van warmte. In Parijs, in Londen was het denkelijk afschuwelijk weer... Vandaag verwachtte hij de directeur van de Golmar, die de vorige dag zijn komst had aangekondigd... Dat was het sein om te vertrekken... De hemel wist, waar hij nog heen zou moeten... Het was jammer om weg te gaan... Het weer was prachtig.

Er knerpten schreden op het grint. Hij draaide zich om en zag Loewe. Bleek mannetje met grauw, afgetobd, bedeesd gezicht, gebukt gaande onder het gewicht van een enorme portefeuille, opbollend van paperassen.

Loewe was lange tijd eenvoudig employé geweest bij de Golmar. Nu was hij er al bijna vijf

Sluiten